Waardebepalingbedrijf: wat is uw bedrijf eigenlijk waard?
Waardebepaling is absoluut noodzakelijk als u een bedrijf wilt verkopen of overnemen. Echter, er zijn natuurlijk veel meer momenten in uw leven dat het verstandig is om de waarde van uw bedrijf te bepalen. Denk hierbij maar aan overlijden of echtscheiding van de ondernemer, verzekeringsquesties als uw bedrijf te maken krijgt met brand, wijziging infrastructuur, maar uiteraard kan het ook zijn dat zich een partner aanmeld die in uw bedrijf wil gaan participeren.
Waar kijken wij naar?
Wij beginnen eerst met een analyse van de balans en de (winst)ontwikkeling in de voorgaande jaren. Daarna doen wij onderzoek naar de sterke en zwakke punten van de onderneming (swotanalyse) en naar de ontwikkelingen in de branche waarin de onderneming actief is. Tenslotte brengen wij de toekomstige winstmogelijkheden in beeld en de toekomstige kasstromen (cashflow).
Welke methode an waardebepaling zijn er?
Er zijn verschillende methoden om de waarde van een onderneming te bepalen.
Veel gebruikte methoden zijn:
- Liquidatiewaarde
- Intrinsieke waarde
- Goodwill-methode
- Rentabiliteitswaarde
- Verbeterde rentabiliteitswaarde
- Discount Cash Flow Methode (DCF-methode)
Johan Cruijff zou zeggen: “Elk voordeel heb zijn nadeel.” En zo is het ook met de afzonderlijke methoden. Geen enkele methode is compleet. De ene methode kijkt naar het verleden, de andere naar het heden, en de laatste naar de toekomst. Wat is wijsheid? Een combinatie is voor de hand liggend, maar in de praktijk allesbehalve eenvoudig.
Laat u daarom vooraf goed informeren welke methode gebruikt wordt. Voor eenmanszaken is de toekomst minder relevant, dus ook geen DCF. Onze doelstelling is om door een juiste waardebepaling een goed uitgangspunt voor de verkoopprijs of vraagprijs te creëren. De waardebepalingbedrijf verrichten wij in samenwerking met uw accountant. Hij heeft vaak een goed inzicht in de samenstelling van de cijfers en afschrijvingen. Voor ons een belangrijke bron van informatie.
Het begeleiden van de bedrijfsovername zien wij als onze taak. Met u overleggen wij de uitkomst van waardebepalingbedrijf, en u bent eindbeslisser in de verkoopprijs.
Wij willen u als adviseur bedrijfsovername in de gelegenheid stellen om samen met de WaardebepalingBedrijf de juiste beslissing te nemen, zodat u later met een gerust hart kunt stoppen met werken.
Hieronder zullen wij de diverse methoden toelichten.
Liquidatiewaarde (LW)
De liquidatiewaarde is in feite het eindstation van de onderneming. Kort gezegd: wat brengt het bedrijf op als het bedrijf wordt opgeheven? Al of niet vrijwillig worden de activa verkocht. Voorraden worden uitverkocht. U begrijpt het al: bij vrijwillige verkoop zal de opbrengst het grootst zijn. Als echter parate executie plaatsvindt, worden de activa door de bank of een curator bij opbod verkocht.
Intrinsieke waarde (IW)
De intrinsieke waarde is het verschil tussen de bezittingen en schulden op de balans. In principe is dit het eigen vermogen van de onderneming.
Stille reserves, incourante voorraden en dubieuze debiteuren zijn van invloed. Waardebepaling van uw activa kan inzicht verschaffen in de wekelijke IW. Voorwaarde is wel dat de activa ook daadwerkelijk de waarde vertegenwoordigen die op de balans staat.
Goodwill-methode (GW)
Onder goodwill wordt verstaan: de contante waarde van de overwinst. Bij een eenmanszaak, VOF en maatschap (in 2008: openbare vennootschappen met of zonder rechtspersoonlijkheid) wordt hieronder verstaan: “De goodwill brengt tot uitdrukking de winstcapaciteit van een bedrijf boven een normaal rendement van het daarin belegde vermogen en boven een normale beloning van de arbeid van de ondernemer. Zij vertegenwoordigt aldus in het algemeen de meerwaarde, welke boven dat vermogen aan het bedrijf kan worden toegekend.”
Goodwill wordt berekend door de verwachte jaarlijkse overwinst met een factor van minimaal 0 en maximaal 5 te vermenigvuldigen. De hoogte van de factor wordt bepaald door de verwachte duurzaamheid van deze overwinst. Deze is afhankelijk van een aantal kwalitatieve factoren, zoals onder meer: management en organisatie, kwaliteit vestigingspunt, concurrentiepositie, brancheontwikkelingen, conjunctuur en wetgeving.
De verkoper zal bij de vaststelling ook rekening moeten houden met de terugverdientijd van de investering door de koper.
Rentabiliteitswaarde (RW)
Hierbij wordt de contante waarde van het genormaliseerde winstniveau berekend met behulp van een nader vast te stellen rentevoet (disconteringsvoet). Als uitgangspunt geldt dat de huidige winst maatgevend is voor het winstniveau in de toekomst.
Onder winst wordt hier verstaan de winst na vennootschapsbelasting (en na aftrek ondernemersloon bij een eenmanszaak en VOF).
Voor een juiste toepassing van de methode zijn twee variabelen nodig: het winstniveau en de rentabiliteitseis.
Het winstniveau
Voor de bepaling van het winstniveau wordt eerst naar het nettoresultaat gekeken. Daarnaast zullen de winstontwikkeling in het verleden en de verwachte ontwikkeling in de toekomst worden beoordeeld. Uiteindelijk wordt er een winstniveau vastgesteld, waarvan men verwacht dat dit voor een langere periode zal gelden. Met winstniveau wordt hier bedoeld het genormaliseerde winstniveau, dat wil zeggen het winstniveau gecorrigeerd met een aantal mogelijke posten, zoals incidentele baten en lasten en een correctie op een aantal kostensoorten, zoals onder andere personeel, management, huisvesting en afschrijvingskosten.
De rentabiliteitseis
De meeste kopers verlangen een rendement op hun investering om het risico te dekken. Koop of overname van een onderneming betekent een investering. Als u ervan uitgaat dat het gemiddelde genormaliseerde winstniveau juist is berekend en dit de te verwachten structurele mogelijkheid tot winst voor de komende jaren zal zijn, dan rijst de vraag tegen welk percentage (rendementseis) deze structurele winstcapaciteit contant gemaakt dient te worden om de waarde van de onderneming te bepalen. Dat heet de discontovoet.
Belangrijke vraag is: wat is een acceptabele rendementseis die de koper wenst te maken op zijn geïnvesteerde eigen vermogen?
De gewenste of vereiste rentabiliteit wordt bepaald door de risicovrije rentevoet (tienjarige staatslening), een marktrisicopremie, een kleinschaligheidspremie (small firm) en een premie voor bedrijfsspecifieke risico’s (afhankelijkheid management, leveranciers, afnemersconcentratie, wetgeving en conjunctuurgevoeligheid).
Bij mkb-ondernemingen bedraagt de gewenste rentabiliteitseis na aftrek van een inflatiecomponent ruwweg tussen de 15 en 25%.
Voorbeeld:
Als de structurele winstcapaciteit € 100.000 na belastingen bedraagt, komt de rentabiliteitswaarde van de aandelen bij een rendementseis van 20% uit op € 500.000 (100.000 : 20 x 100).
De rentabiliteitsmethode is in de praktijk een van de meest gehanteerde waardebepalingsmethoden, maar kent ook een aantal bezwaren. Voornaamste bezwaar is dat het investeringsrisico niet gescheiden kan worden van het financieringsrisico. Ook wordt onvoldoende rekening gehouden met de financieringsstructuur van de onderneming en de aanwezigheid van overtollige activa.
Verbeterde rentabilteitswaarde (VRW)
Een veel gebruikte methodiek is die van de verbeterde (genormaliseerde) rentabiliteitswaarde. Deze methode houdt niet alleen rekening met de structurele winstcapaciteit van de onderneming, maar ook met de gewenste vermogensstructuur.
Allereerst wordt de actuele waarde van de activa bepaald, en wordt bij een BV rekening gehouden met een belastinglatentie over het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde volgens de balans.
Zodra het balanstotaal en het eigen vermogen zijn gecorrigeerd, wordt gekeken naar de balansstructuur van de onderneming. De eventuele activa die niet noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld overtollige liquide middelen) kunnen dan worden aangewend om een deel van het vreemd vermogen af te lossen.
Vervolgens wordt op grond van een normale solvabiliteit (bijvoorbeeld 30% van het gecorrigeerde balanstotaal) bepaald of sprake is van een tekort of overschot aan eigen vermogen. Op basis van deze genormaliseerde balansstructuur worden de financieringskosten bepaald en gecorrigeerd op het resultaat.
Na vaststelling van de rentabiliteitswaarde van de aandelen wordt deze rentabiliteitswaarde gecorrigeerd met het tekort of overschot aan eigen vermogen.
Discount Cash Flow Methode (DCF-methode)
De in theorie meest objectieve methode om de waarde van uw onderneming te bepalen is de DCF-methode. De DCF-methode is gebaseerd op de toekomstige kasstromen van de onderneming. De vrije kasstroom berekent u door bij de verwachte resultaten na belasting de afschrijvingen op te tellen en vervolgens rente, aflossingen en investeringen af te trekken. Van de op deze manier berekende kasstromen berekent u vervolgens de contante waarde (disconteren). De som daarvan verminderd met het rentedragende vreemd vermogen is de waarde van uw bedrijf. Hoewel deze methode in principe zorgt voor de meest objectieve waarde, zitten er ook nadelen aan de DCF-methode:
- de methode is gebaseerd op aannames en toekomstvoorspellingen;
- het bepalen van een goede discontovoet (rentecomponent) is niet eenvoudig;
- de betrouwbaarheid van de prognose wordt kleiner naarmate deze betrekking heeft op een langere periode.
Pensioenwaarde onderneming (PW)
Op dit moment bestaat grote onzekerheid over de toekomstige pensioenuitkeringen. Daarbij opgeteld de woekerpolisssen en u begrijpt het al: veel onzekerheid bij ondernemers over hun toekomstige pensioenen. Hun bedrijf is vaak ook hun toekomstige pensioen. De opbrengst bij verkoop bepaalt ook wat voor lijfrenten men kan kopen. Veel ondernemers laten hun bedrijf waarderen om zekerheid te krijgen over hun pensioen.
Langer wachten met die zekerheid, geeft ook minder kans om in te grijpen. Voor u het weet staat de pensioengerechtigde leeftjd voor de deur.
Een waardebepaling van het bedrijf kan duidelijkheid verschaffen over uw pensioen.
Gesprekken met uw accountant en een door ons uitgevoerde waardebepaling van uw bedrijf en taxatie moeten zorgen voor een juiste verkoopprijs.
Dit is van belang bij de verkoop van uw bedrijf.